Dit artikel had moeten gaan over de week na het hardlopen van een marathon, maar het coronavirus haalde dat plan in. Godzijdank zit ons landje nog niet volledig op slot en bieden buitenactiviteiten een fijne uitlaatklep.
‘Misschien behoor ik zelf ook wel een beetje tot de risicogroep. Mijn weerstand is na het lopen van een marathon altijd merkbaar lager dan normaal’, vertel ik de maandag na het lopen van de Two Rivers Marathon tegen een collega. Het Coronavirus is op dat moment al uitgegroeid van een licht lacherig besproken onderwerp tot hét serieuze gesprek van de dag. Midden in dezelfde week mogen we voor het eerst thuis werken als we nu liever niet op kantoor zijn. En weer een dag later wordt dit door mijn werkgever een verplichting. Nederland gaat nog niet echt op slot, maar ons dagelijks bestaan verandert evengoed drastisch.
Op straat is het goed merkbaar dat mensen op zoek zijn naar een uitlaatklep voor het gedwongen binnen zitten. Er wandelen, hardlopen, fietsen, wielrennen en mountainbiken opvallend veel mensen in de stad, de parken en de buitengebieden. Soms zie je direct dat ze nu een sport beoefenen die niet echt de hunne is. Een vader die met zijn zoon in trendy trainingspak aan het hardlopen is bijvoorbeeld. Waarschijnlijk omdat hun sportclub gesloten is, zoals alle andere in het land. Je moet toch wat, denken deze bewegers vermoedelijk, en geef ze eens ongelijk. Geniet er van mensen, voor je het weet gaat ons hele landje op slot en mogen we dromen van de dag dat we weer ongedwongen buiten mogen sporten.