Het Hijgende Hert
Het afgelopen weekend ‘even’ naar Zuid-Limburg geweest. Daar zouden ook collega’s rondrijden, maar mijn weekendschema zag er net iets te onzeker uit om me in hun plannen te voegen.
Het afgelopen weekend ‘even’ naar Zuid-Limburg geweest. Daar zouden ook collega’s rondrijden, maar mijn weekendschema zag er net iets te onzeker uit om me in hun plannen te voegen.
Ik heb het afgelopen weekend overleefd en er gelukkig een heerlijk gevoel aan over gehouden. Al wekenlang stond vast dat er zondag door de Limburgse heuvels gereden zou gaan worden, een onderneming waar ik enorm veel zin in had.
Kilometers maken als voorbereiding op een bergbeklimming per fiets is belangrijk, maar er moet natuurlijk ook worden geoefend in het klimmen zelf. Meppel ligt weliswaar binnen een uur rijden van de Holterberg en zelfs de Utrechtse heuvelrug en Posbank zijn onder gunstige omstandigheden binnen deze tijd te bereiken, maar doordeweeks komt dat er vaak niet van.
Wanneer mag iets een traditie gaan heten: na vijf keer, nadat minstens tien edities achter de rug zijn, of pas na een jaartje of vijfentwintig? Wat mij betreft al veel eerder, want ik houd sinds een paar jaar een flinke fietstocht naar mijn moeder.
Wielrennen betekent uiteraard door een omgeving fietsen en daar kan de wielrenner dan van genieten. Dat lukt me eerlijk gezegd lang niet altijd. Ik vind dat ik ervan moet genieten, maar dat politiek correcte standpunt wordt maar al te vaak geweld aangedaan door de beslommeringen van de rit.
De collega’s hadden op Hemelvaartsdag een trainingsrit gepland op en rond de Holterberg. Goed idee, maar laat mijn lief op die dag nu net een uitje gepland hebben met onze dochter. De schat mocht haar eerste popfestival beleven: Dauwpop in Hellendoorn. Dat ligt akelig dicht bij elkaar.
Ik kan niet klimmen. Deze constatering, die hoogstwaarschijnlijk hier en daar wat collegiale wenkbrauwen zal doen fronzen, heeft niet zozeer te maken met een zwaar geval van zelfonderschatting, en een irritante poging tot valse bescheidenheid is hier zeker ook niet aan de orde, het is vooral een erfenis uit mijn jongere jaren, toen ik met vrienden fietste die altijd eerder boven waren dan ik.
Daar stond ik dan: overweldigd door de stenen ruigheid van het landschap onder me, het lichaam nauwelijks verwarmd door een Zuid-Europese zon die het maar niet kan winnen van een zacht strelend maar onverbiddelijk koud briesje, de lucht voelbaar ijler, vervuld van een voor deze gelegenheid belachelijk aardse gedachte: waarom klinkt die wind hier op de top zo raar?
‘Auteursrecht moet op de schop’, kopte Webwereld een paar weken geleden. Deze stelling bleek afkomstig van Johan Pouwelse, onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft en leider van het ontwikkelteam dat de P2P-software Tribler maakt.
Het loont om soms een bepaalde stroom berichten even te laten voor wat ze zijn, om te zien of het nog een bepaalde richting opgaat met dat nieuws. Toen begin deze week het bericht opdook dat de vicepresident van de Europese Commissie, Günter Verheugen, zich sterk had gemaakt voor een universele oplader voor ALLE mobieltjes, veerde ik in eerste instantie op.
Een leuke gadget bij de Wii spelcomputer is de mogelijkheid om met zelfgemaakte poppetjes te spelen. De mogelijkheden van Mii (flauwe woordspeling, maar dat terzijde) zijn daarbij behoorlijk uitgebreid en de makers van de Wii lijken behoorlijk goed te hebben nagedacht over de gezichtskenmerken die het uiterlijk van mensen bepalen.
Wat kan het leven toch raar lopen: ben je je hele leven bezig de beste luidsprekers ter wereld te bedenken en bouwen, wordt je dakloos als deze droom dreigt te lukken.
run2function vindt instagram fijn!