
Vol eiland, lege stranden
Hoe vol kan een eiland zijn? Het hangt er maar vanaf op welke plek je je bevindt. Genoeg Berenlopers aanwezig dit weekend, maar op het eindeloze Noordzeestrand zijn ze onvindbaar.
De laatste dag van oktober, rechts wuift het riet bij vlagen met woeste gebaren naar de wandelaars. Als je het per se ergens mee wil vergelijken, dan zou het hier zomaar De Wieden kunnen zijn, maar zelfs de meest voorzichtige blik naar links ziet duinen en die hebben ze in de Kop van Overijssel niet.
Op weg van ons tijdelijke verblijf naar de Boschplaat hebben we het vanaf de fiets steeds rustiger zien worden, en dat is precies de bedoeling. Aan het begin van de plaat verlaten we de fietsen en gaan te voet verder.
We proberen herinneren aan een eerder bezoek, toen nog kinderloos en onwetend van de tientallen jaren samen die voor ons lagen, te verbinden met de werkelijkheid om ons heen. Het lukt niet echt, en het maakt ook niet uit, want wat is het sfeervol hier. Om ons gevoel te bekrachtigen schiet een regenboog uit het riet omhoog de wolken in.
Twee mensen met dezelfde wens: op het einde van de Boschplaat staan. Voor de een is het een krachtige herinnering, de ander hoopt op het ontstaan van iets om te koesteren. Helaas voor beiden is het zeker dat ze lang in het donker zouden moeten lopen om vanaf de rand van het eiland weer naar ‘huis’ te komen.
Een oversteek over de duinen dan maar, als opmaat naar de terugweg. De voeten glijden over los zand omhoog en weer omlaag, het totaal ontbreken van mensen tegemoet. Stoere bergschoenen betreden vastere bodem, in tinten variërend van beige tot diepgrijs. Zwarte schaduwen schetsen het kleine beetje reliëf. In de verte begroet de zee met witte rimpelingen het vaste land. De ogen willen strandpalen aan de horizon aanzien voor soortgenoten, maar deze uitgestrekte vlakte is aan weerszijden van ons toch echt volledig vrij van mensen.
Vogels zijn er genoeg op het strand, verdeeld in groepen van vergelijkbare grootte. Zou zo’n groep uit familieleden bestaan, of hebben de dieren andere redenen om hier samen te klonteren? We weten het niet, maar we zien wel dat de ene groep dapperder is dan de andere. Soms kunnen we best dichtbij komen totdat ze opvliegen, meestal nemen de groepen al snel het zekere voor het onzekere. En tussen dit alles hupt het iconische symbool van het briefje van honderd gulden voor ons uit. Die blijkt al helemaal niet te pakken te krijgen. Watervlug ontsnapt hij steeds aan onze nieuwsgierigheid.
Als we in de buurt komen van de doorsteek richting strandpaviljoen Kaap Hoop is het gedaan met de eenzaamheid. Van een vol eiland merk je ook hier nog steeds weinig, al is het paviljoen gezellig gevuld met geroezemoes. Heel verleidelijk om met een paar zware bieren langzaam rozig te worden hier. Zo ver komt het echter niet, want overmorgen wacht ons de Berenloop.






